Zoeken - Zoekresultaten
Een koopovereenkomst die in strijd met de zogenoemde Didam-regels is gesloten, is niet om die reden ongeldig. Wel handelt een overheidslichaam dan in beginsel onrechtmatig jegens een (potentiële) gegadigde die ten onrechte geen gelijke kans heeft gekregen. Daarmee kan schadevergoeding op haar plaats zijn. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Verder maakt de Hoge Raad duidelijk dat de regels over het bieden van gelijke kansen ook al golden voorafgaand aan het Didam-arrest van 2021.
De uitspraak van het gerechtshof Den Haag dat de Nederlandse Staat (hierna: de Staat) een einde moet maken aan de uitvoer van F-35-onderdelen naar Israël, kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Vlas de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag. Het hof heeft volgens de AG kunnen oordelen dat er een duidelijk risico bestaat dat met de F-35-gevechtsvliegtuigen van Israël ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht worden gepleegd in de Gazastrook. Op grond van verschillende internationale regelingen waarbij Nederland partij is, moet de uitvoer van militaire goederen worden verboden als er zo’n duidelijk risico is.
The Hague Court of Appeal’s ruling that the State of the Netherlands (hereinafter the “State”) must cease exports of F-35 parts to Israel can be upheld. That is the recommendation given by Advocate General Vlas to the Supreme Court in the opinion he delivered today. According to the Advocate General, the Court of Appeal was justified in finding that there is a clear risk that Israel’s F-35 fighter jets are being used to commit serious violations of international humanitarian law in the Gaza Strip. Under various international regulations to which the Netherlands is a party, exports of military goods must be banned if such a clear risk exists.
Een huurprijswijzigingsbeding dat voorziet in een jaarlijks toe te passen opslag op de huurprijs van maximaal 3% bovenop de consumentenprijsindex, is in het algemeen niet een oneerlijk beding. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld naar aanleiding van zogenoemde prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam. Volgens de Hoge Raad moet het huurprijswijzigingsbeding worden gesplitst in een indexatiebeding en een opslagbeding. Alleen het opslagbeding staat ter discussie.
De Hoge Raad heeft vandaag antwoord gegeven op prejudiciële vragen die het gerechtshof Den Haag heeft gesteld in een zaak over de uitleg van een bepaling die in 2023 is toegevoegd aan de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp). Het gaat om artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet (Fw).
Kan de vrees voor vooringenomenheid van een lid van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg objectief gerechtvaardigd zijn op de grond dat dit lid en de aangeklaagde arts deel uitmaken van een werkgroep Tuchtrecht van hun vakgebied en elkaar ten minste ieder jaar zien tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van deze werkgroep? Deze vraag heeft de procureur-generaal aan de Hoge Raad voorgelegd in een vordering tot cassatie in het belang der wet.
Is het mogelijk om bij een akkoord in de zin van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) aan financiers de verplichting op te leggen tot het verstrekken van nieuwe financiering onder gewijzigde voorwaarden? Die vraag wordt aan de Hoge Raad voorgelegd bij de vordering tot cassatie in het belang der wet die advocaat-generaal (AG) Snijders vandaag namens de Procureur-Generaal heeft ingesteld. In de vordering beantwoordt de AG deze vraag ontkennend.
Wanneer blijkt uit de tekst op de bestelknop van een webwinkel voldoende duidelijk dat de consument een betalingsverplichting aangaat? En als dat niet het geval is, wat zijn dan de gevolgen? Deze prejudiciële vragen heeft een rechter in twee verschillende zaken aan de Hoge Raad gesteld. In beide zaken heeft de Hoge Raad vandaag uitspraak gedaan. De Hoge Raad is van oordeel dat een bestelknop met de tekst ‘bestellen’, ‘bestelling plaatsen’ of ‘bestelling afronden’ die duidelijkheid niet biedt.
Is het mogelijk om bij een akkoord in de zin van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) financiers te dwingen eerder toegezegde financiering te verstrekken onder gewijzigde voorwaarden? Nee, dat kan niet, oordeelt de Hoge Raad vandaag in een cassatieprocedure in het belang der wet. Een WHOA-akkoord kan wel de rechten van schuldeisers beperken, maar niet hun verplichtingen wijzigen.
Kan de Beroepsopleiding Advocatuur worden aangemerkt als scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van advocaat-stagiaire? En moet de werkgever die opleiding kosteloos aanbieden? Advocaat-generaal (AG) Drijber beantwoordt beide vragen bevestigend in zijn conclusie van vandaag. Volgens de AG is een contractueel studiekostenbeding op grond waarvan de kosten kunnen worden verhaald op de advocaat-stagiaire of verrekend met zijn loon, niet geldig. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan dat anders zijn.