Zoeken
De Hoge Raad gaat in een uitspraak van vandaag in op de gevolgen van de zaak CG/Landeck (Hof van Justitie EU 4 oktober 2024 in zaak C-548/21). Het Europees Hof heeft in die uitspraak de voorwaarden verduidelijkt waaraan politie en justitie moeten voldoen om toegang te krijgen tot gegevens op mobiele telefoons en computers. De Hoge Raad stelt naar aanleiding daarvan zijn eigen rechtspraak – in afwachting van een wettelijke regeling - enigszins bij.
De niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) in de zaak van een verkeersongeval in Hendrik-Ido-Ambacht waar een politieman als verdachte is aangemerkt, blijft niet in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De Hoge Raad stelde in zijn uitspraak van 5 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:475) drie prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). Die vragen gingen over Richtlijn 2002/58/EG en over het (voor strafvorderlijke doeleinden) verlenen van toegang aan overheidsinstanties tot bij aanbieders van communicatiediensten opgeslagen verkeers- en locatiegegevens (waaronder identificerende gegevens) van gebruikers van die communicatiediensten. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad, in afwachting van de beantwoording van de vragen door het HvJEU, een voorlopig beslissingskader voor dit soort kwesties opgesteld.
De veroordeling van één van de schutters van de moord bij een sportschool in Amstelveen in 2019 waarbij een man om het leven kwam, kan in stand blijven. De zaak tegen de andere schutter en de zaak tegen een derde verdachte moeten (deels) opnieuw worden behandeld. Dat adviseert plaatsvervangend advocaat-generaal (plv. AG) Van Wees de Hoge Raad in zijn conclusies van vandaag.
Voor de waterzuiveringsheffing worden alle woningen aangeslagen naar een vaste grondslag van drie vervuilingseenheden. Alleen voor woningen waarin sprake is van eenpersoonshuishoudens geldt een uitzondering: zij worden aangeslagen naar één vervuilingseenheid. Dat niet ook een uitzondering bestaat voor tweepersoonshuishoudens, valt te rechtvaardigen door overwegingen van doelmatigheid en uitvoerbaarheid. Daarom is geen sprake van discriminatie. Dit heeft de Hoge Raad vandaag beslist.
Kan de Beroepsopleiding Advocatuur worden aangemerkt als scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van advocaat-stagiaire? En moet de werkgever die opleiding kosteloos aanbieden? Advocaat-generaal (AG) Drijber beantwoordt beide vragen bevestigend in zijn conclusie van vandaag. Volgens de AG is een contractueel studiekostenbeding op grond waarvan de kosten kunnen worden verhaald op de advocaat-stagiaire of verrekend met zijn loon, niet geldig. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan dat anders zijn.
De omstandigheid dat een bedrijf behoefte heeft aan een ‘flexibele’ schil is geen rechtvaardiging voor het gedurende bijna dertien jaar onafgebroken inlenen van dezelfde uitzendkracht. Zo’n lange inlening kan misbruik van de uitzendovereenkomst opleveren. Het oordeel van het hof dat geen sprake is van misbruik kan niet in stand blijven. Een ander hof moet de zaak opnieuw behandelen en berechten. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.
De ministerraad heeft vandaag ingestemd met de benoemingen van S.E. (Steven) Bartels en V.M.A. (Vanessa) Sinnige tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad.