Zoeken
De veroordeling van een Haagse huisarts wegens poging tot ontucht met een patiënte kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Vegter de Hoge Raad in zijn conclusie die vandaag is gepubliceerd.
De Hoge Raad heeft vandaag antwoord gegeven op prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg over de toelaatbaarheid van ‘slapende dienstverbanden’. Een ‘slapend dienstverband’ is een dienstverband waarbij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt, maar door de werkgever toch in dienst wordt gehouden met als gevolg dat daardoor de wettelijke transitievergoeding niet hoeft te worden betaald. Deze wettelijke transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop een werknemer recht heeft als hij ontslagen wordt na een dienstverband van twee jaar of langer.
Advies AG aan Hoge Raad: herzieningsverzoek van veroordeelde in moordzaak Sévèke ongegrond verklaren
Het herzieningsverzoek in de zaak tegen de veroordeelde voor de moord op Louis Sévèke moet ongegrond worden verklaard. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Aben de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag. In een herzieningsprocedure kunnen nieuwe aanwijzingen (nova) voor de onjuistheid van een veroordeling, waar de rechter niet eerder mee bekend was, worden ingebracht. Bovendien moet het ernstige vermoeden bestaan dat de rechter tot een andere uitspraak zou zijn gekomen (bijvoorbeeld: geen veroordeling) als hij indertijd wél op de hoogte was geweest van deze nieuwe gegevens. De AG vindt dat van zo’n novum in deze zaak geen sprake is.
De Hoge Raad heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak over (de gevolgen van) het zogenoemde project 1043 van de Belastingdienst en de Fraude Signalering Voorziening (databank FSV). In zijn uitspraak geeft de Hoge Raad uitgangspunten voor de behandeling van klachten over project 1043 en (het gebruik van) de databank FSV in belastingzaken. Het gaat daarbij om de situaties waarin de belastingplichtige zelf bewijs moet leveren voor in de belastingaangifte opgenomen aftrekposten.
Als de beslissing van de Belastingdienst om de aangifte van iemand te controleren onrechtmatig is omdat die controle voortvloeit uit een onrechtmatige risicoselectie of verwerking van persoonsgegevens, kan dat in uitzonderlijke gevallen gevolgen hebben voor de belastingaanslag die na zo’n controle wordt opgelegd. Die uitzonderlijke gevallen kunnen zich voordoen als de aangifte voor controle is geselecteerd op basis van een criterium dat leidt tot een schending van een grondrecht van die belastingplichtige zoals een schending van het verbod op discriminatie naar afkomst, geaardheid of geloofsovertuiging. De schending van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer doordat persoonsgegevens van belastingplichtigen in een databank zijn verwerkt, is op zich niet zo’n uitzonderlijk geval. De Hoge Raad wijst in deze laatstgenoemde gevallen op de mogelijkheid van schadevergoeding waarbij de belastingplichtige een afzonderlijk verzoek om schadevergoeding moet indienen bij de Belastingdienst; een eventuele verdere procedure daarover moet worden gevoerd bij de algemene bestuursrechter of de civiele rechter.
De beslissing van de militaire kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak waarin één verdachte is veroordeeld voor feitelijke aanranding en twee verdachten zijn veroordeeld voor medeplegen van (verbale) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,kan niet in stand blijven wegens de schijn van partijdigheid van een militair lid in de militaire strafkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Spronken de Hoge Raad in haar conclusie die vandaag is gepubliceerd.
De uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een geschil tussen enerzijds deejay Martin Garrix en anderzijds zijn voormalige platenmaatschappij Spinnin Records en manager MusicAllStars Management, blijft niet in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist. De zaak draait om de geldigheid van contracten die de deejay op jonge leeftijd sloot met de platenmaatschappij en het management. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof in Den Bosch om opnieuw te worden beoordeeld.
De veroordeling door het gerechtshof Den Haag van een man tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens grootschalige oplichting, verduistering, diefstal en valsheid in geschrift kan in stand blijven, met uitzondering van de beslissing om bij de openbaarmaking van de uitspraak op rechtspraak.nl ook een foto van het gezicht van de verdachte te publiceren. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
Het oordeel van het gerechtshof Amsterdam dat de Beverwijkse Bazaar geen ‘vermakelijkheid’ is en daarom geen vermakelijkhedenretributie hoeft te betalen, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De in het jaar 2017 ingegane wettelijke regeling van het belasten van spaargeld en overig vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting is in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).
De wettelijke regeling houdt kort gezegd in dat, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld wordt dat een deel van dat vermogen gespaard en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Voor beide vermogenselementen is wettelijk vastgelegd welk rendement men geacht wordt daarmee te behalen (het forfait). Daarbij wordt geen rekening
gehouden met de werkelijke keuze van belastingplichtigen of het daadwerkelijke rendement. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van fundamentele rechten. Vaststaat welk rendement de belanghebbende in deze zaak werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belastingplichtige door alleen over dat werkelijke rendement belasting te heffen.
De beschikking van de rechtbank tot het niet opheffen van het beslag op een gilet met ‘colors’ van motorclub Hells Angels, blijft niet in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. De Hoge Raad vindt de inbeslagneming van het gilet op grond van een gemeentelijke verordening in strijd met de vrijheid van meningsuiting die is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet. Daarom moet de zaak terug naar de rechtbank om opnieuw te worden behandeld en beoordeeld.